De of het hofjuwelier?

Het juiste lidwoord is:

de hofjuwelier

  • Meervoud: de hofjuweliers
  • Verkleinwoord: het hofjuweliertje
Betekenis (beroep) iemand die sieraden levert aan het (koninklijke) hof

Zo gebruik je hofjuwelier

Met lidwoordde hofjuwelier
Dit of dezedeze hofjuwelier
Dat of diedie hofjuwelier
Ons of onzeonze hofjuwelier
Jouwjouw hofjuwelier
Elk of elkeelke hofjuwelier
Welk of welkewelke hofjuwelier?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hofjuwelier, de grote hofjuwelier
Meervoudde hofjuweliers, deze hofjuweliers

Voorbeeldzinnen met hofjuwelier

  • Bolin, de hofjuwelier in Stockholm, is een halfjaar bezig geweest om de stenen opnieuw te slijpen, het slot te vervangen, de zettingen te verbeteren en nog wat dingen.
  • Uit de reconstructie van Schoonhoven blijkt dat Bernhard het elf jaar eerder had verkocht aan de Londense hofjuwelier Wartski.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).