De of het hoestprikkel?

Het juiste lidwoord is:

de hoestprikkel

  • Meervoud: de hoestprikkels
Betekenis (medisch) een prikkel die aanleiding geeft om te hoesten

Zo gebruik je hoestprikkel

Met lidwoordde hoestprikkel
Dit of dezedeze hoestprikkel
Dat of diedie hoestprikkel
Ons of onzeonze hoestprikkel
Jouwjouw hoestprikkel
Elk of elkeelke hoestprikkel
Welk of welkewelke hoestprikkel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hoestprikkel, de grote hoestprikkel
Meervoudde hoestprikkels, deze hoestprikkels

Voorbeeldzinnen met hoestprikkel

  • Ze krabbelde een slordig „ja”, schoof het schrift terug en probeerde intussen de hoestprikkel te onderdrukken.
  • Bovendien is het niet fijn als je als topsporter een hoestprikkel hebt tijdens een wedstrijd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).