De of het hoepelmaker?

Het juiste lidwoord is:

de hoepelmaker

  • Meervoud: de hoepelmakers
Betekenis 1. (beroep) persoon die hoepels maakt 2. (economie) bedrijf dat hoepels maakt

Zo gebruik je hoepelmaker

Met lidwoordde hoepelmaker
Dit of dezedeze hoepelmaker
Dat of diedie hoepelmaker
Ons of onzeonze hoepelmaker
Jouwjouw hoepelmaker
Elk of elkeelke hoepelmaker
Welk of welkewelke hoepelmaker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hoepelmaker, de grote hoepelmaker
Meervoudde hoepelmakers, deze hoepelmakers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).