De of het hockeyploeg?

Het juiste lidwoord is:

de hockeyploeg

  • Meervoud: de hockeyploegen
  • Verkleinwoord: het hockeyploegje
Betekenis groep hockeyspelers die samenwerken om een andere hockeyploeg te verslaan in een hockeywedstrijd

Zo gebruik je hockeyploeg

Met lidwoordde hockeyploeg
Dit of dezedeze hockeyploeg
Dat of diedie hockeyploeg
Ons of onzeonze hockeyploeg
Jouwjouw hockeyploeg
Elk of elkeelke hockeyploeg
Welk of welkewelke hockeyploeg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hockeyploeg, de grote hockeyploeg
Meervoudde hockeyploegen, deze hockeyploegen

Voorbeeldzinnen met hockeyploeg

  • Pakistan won in totaal elf olympische medailles. Acht van die plakken werden behaald door de hockeyploeg (mannen), die in 1960, 1968 en 1984 goud won.
  • Zelf hoopt Van Ass met zijn hockeyploeg deze Olympische Spelen ook weer boven iedereen uit te steken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).