De of het hockeycoach?

Het juiste lidwoord is:

de hockeycoach

  • Meervoud: de hockeycoaches
Betekenis (sport) trainer van een hockeyteam

Zo gebruik je hockeycoach

Met lidwoordde hockeycoach
Dit of dezedeze hockeycoach
Dat of diedie hockeycoach
Ons of onzeonze hockeycoach
Jouwjouw hockeycoach
Elk of elkeelke hockeycoach
Welk of welkewelke hockeycoach?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hockeycoach, de grote hockeycoach
Meervoudde hockeycoaches, deze hockeycoaches

Voorbeeldzinnen met hockeycoach

  • Komend seizoen is de 60-jarige hockeycoach werkzaam bij hoofdklasseclub Bloemendaal.
  • Hockeycoach Paul van Ass ziet zijn pupillen genieten in het olympisch dorp. Ze ontmoeten andere sportgrootheden. "Ze renden naar Nadal toe."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).