De of het hockeybondscoach?

Het juiste lidwoord is:

de hockeybondscoach

  • Meervoud: de hockeybondscoaches
Betekenis (sport, beroep) trainer van het landelijke hockeyteam

Zo gebruik je hockeybondscoach

Met lidwoordde hockeybondscoach
Dit of dezedeze hockeybondscoach
Dat of diedie hockeybondscoach
Ons of onzeonze hockeybondscoach
Jouwjouw hockeybondscoach
Elk of elkeelke hockeybondscoach
Welk of welkewelke hockeybondscoach?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hockeybondscoach, de grote hockeybondscoach
Meervoudde hockeybondscoaches, deze hockeybondscoaches

Voorbeeldzinnen met hockeybondscoach

  • De reactie van hockeybondscoach Paul van Ass na de finale van de Nederlandse vrouwen tegen China.
  • Hockeybondscoach Jeroen Delmee heeft zijn team bekend gemaakt voor de Olympische Spelen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).