De of het hockeyblessure?

Het juiste lidwoord is:

de hockeyblessure

  • Meervoud: de hockeyblessuren / hockeyblessures
Betekenis (sport, medisch) een verwonding die men door hockeyen heeft gekregen

Zo gebruik je hockeyblessure

Met lidwoordde hockeyblessure
Dit of dezedeze hockeyblessure
Dat of diedie hockeyblessure
Ons of onzeonze hockeyblessure
Jouwjouw hockeyblessure
Elk of elkeelke hockeyblessure
Welk of welkewelke hockeyblessure?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hockeyblessure, de grote hockeyblessure
Meervoudde hockeyblessuren, deze hockeyblessuren

Voorbeeldzinnen met hockeyblessure

  • In wedstrijd- en groepsverband met een houten stok zo hard mogelijk tegen een keiharde bal slaan: het is een wonder dat er niet meer hockeyblessures zijn.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).