De of het herfstkampioen?

Het juiste lidwoord is:

de herfstkampioen

  • Meervoud: de herfstkampioenen
  • Verkleinwoord: het herfstkampioentje
Betekenis (sport) leider van het klassement op de helft van de competitie (als in principe alle ploegen een keer tegen elkaar hebben gespeeld)

Zo gebruik je herfstkampioen

Met lidwoordde herfstkampioen
Dit of dezedeze herfstkampioen
Dat of diedie herfstkampioen
Ons of onzeonze herfstkampioen
Jouwjouw herfstkampioen
Elk of elkeelke herfstkampioen
Welk of welkewelke herfstkampioen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote herfstkampioen, de grote herfstkampioen
Meervoudde herfstkampioenen, deze herfstkampioenen

Voorbeeldzinnen met herfstkampioen

  • "Herfstkampioen, winterkampioen, de herfst gaat over in de winter en dan hebben we nog niet gespeeld", aldus Slot.
  • Misschien wel om die reden bedient de website van FC Utrecht hem in de aanloop naar het zondagse treffen met herfstkampioen Feyenoord op zijn wenken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).