De of het herengoed?

Het juiste lidwoord is:

het herengoed

  • Meervoud: de herengoederen
  • Verkleinwoord: het herengoedje
Betekenis landgoed, vaak een boerderij met bijbehorende grond, dat in de Middeleeuwen en vroegmoderne tijd direct onder het gezag van een hertog, graaf of ander hoog adellijk persoon viel …

Zo gebruik je herengoed

Met lidwoordhet herengoed
Dit of dezedit herengoed
Dat of diedat herengoed
Ons of onzeons herengoed
Jouwjouw herengoed
Elk of elkeelk herengoed
Welk of welkewelk herengoed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot herengoed, het grote herengoed
Meervoudde herengoederen, deze herengoederen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).