De of het hennepteler?

Het juiste lidwoord is:

de hennepteler

  • Meervoud: de henneptelers
Betekenis (beroep, landbouw) persoon die hennep verbouwt

Zo gebruik je hennepteler

Met lidwoordde hennepteler
Dit of dezedeze hennepteler
Dat of diedie hennepteler
Ons of onzeonze hennepteler
Jouwjouw hennepteler
Elk of elkeelke hennepteler
Welk of welkewelke hennepteler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hennepteler, de grote hennepteler
Meervoudde henneptelers, deze henneptelers

Voorbeeldzinnen met hennepteler

  • Met een juridische spoedprocedure hoopt de vereniging van henneptelers de wet nog terug te kunnen draaien.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).