De of het hazenbout?

Het juiste lidwoord is:

de hazenbout

  • Meervoud: de hazenbouten
Betekenis (voeding) het vlees van de achterpoot van een haas

Zo gebruik je hazenbout

Met lidwoordde hazenbout
Dit of dezedeze hazenbout
Dat of diedie hazenbout
Ons of onzeonze hazenbout
Jouwjouw hazenbout
Elk of elkeelke hazenbout
Welk of welkewelke hazenbout?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote hazenbout, de grote hazenbout
Meervoudde hazenbouten, deze hazenbouten

Voorbeeldzinnen met hazenbout

  • Ik ontdooide de hazenbout en zette hem in de oven voor het avondeten.
  • De jury was ook erg gecharmeerd van de ”Hazenbout met bruin bier” van J.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).