De of het harpspeler?

Het juiste lidwoord is:

de harpspeler

  • Meervoud: de harpspelers
  • Verkleinwoord: het harpspelertje
Betekenis (muziek, beroep) iemand die een harp bespeelt

Zo gebruik je harpspeler

Met lidwoordde harpspeler
Dit of dezedeze harpspeler
Dat of diedie harpspeler
Ons of onzeonze harpspeler
Jouwjouw harpspeler
Elk of elkeelke harpspeler
Welk of welkewelke harpspeler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote harpspeler, de grote harpspeler
Meervoudde harpspelers, deze harpspelers

Voorbeeldzinnen met harpspeler

  • Ik mag dus, met een gerust geweten, neerschrijven dat de harpspeler plechtig nader schreed.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).