De of het handwerker?

Het juiste lidwoord is:

de handwerker

  • Meervoud: de handwerkers
Betekenis (beroep) iemand die grove, zware, ongeschoolde arbeid verricht

Zo gebruik je handwerker

Met lidwoordde handwerker
Dit of dezedeze handwerker
Dat of diedie handwerker
Ons of onzeonze handwerker
Jouwjouw handwerker
Elk of elkeelke handwerker
Welk of welkewelke handwerker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote handwerker, de grote handwerker
Meervoudde handwerkers, deze handwerkers

Voorbeeldzinnen met handwerker

  • Ook Zhou is begonnen als handwerker.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).