De of het handballer?

Het juiste lidwoord is:

de handballer

  • Meervoud: de handballers
  • Verkleinwoord: het handballertje
Betekenis (sport) sporter die handbal speelt

Zo gebruik je handballer

Met lidwoordde handballer
Dit of dezedeze handballer
Dat of diedie handballer
Ons of onzeonze handballer
Jouwjouw handballer
Elk of elkeelke handballer
Welk of welkewelke handballer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote handballer, de grote handballer
Meervoudde handballers, deze handballers

Voorbeeldzinnen met handballer

  • De Deense keeper Niklas Landin Jacobsen kreeg de onderscheiding voor beste handballer, zijn landgenoot Nikolaj Jacobsen werd uitgeroepen tot beste coach bij de mannen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).