De of het halsgevel?

Het juiste lidwoord is:

de halsgevel

  • Meervoud: de halsgevels
Betekenis (bouwkunde) een bakstenen gevel van een smal huis (drie, soms twee, ramen breed) met twee hoeken van 90° aan de top die opgevuld zijn met zandstenen ornamenten, zogenaamde klauwstukken

Zo gebruik je halsgevel

Met lidwoordde halsgevel
Dit of dezedeze halsgevel
Dat of diedie halsgevel
Ons of onzeonze halsgevel
Jouwjouw halsgevel
Elk of elkeelke halsgevel
Welk of welkewelke halsgevel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote halsgevel, de grote halsgevel
Meervoudde halsgevels, deze halsgevels

Voorbeeldzinnen met halsgevel

  • Toen de spelersboot voorbij was, en de voetballers alweer neerhurkten voor de volgende brugboog, bleven we nog even naar de halsgevel van ons vroegere huis staan kijken.
  • Het huis –met karakteristieke halsgevel– stamt uit circa 1640 en is volgens Exalto bezit geweest van baljuws, schouten en burgemeesters.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).