De of het halsberg?

Het juiste lidwoord is:

de halsberg

  • Meervoud: de halsbergen
Betekenis 1. (militair, historisch) (middeleeuwen) pantser gemaakt uit ijzeren ringetjes dat hoofd en bovenlichaam bedekt 2. (militair, historisch) (17e eeuw) deel van de wapenrusting dat nek en keel beschermt

Zo gebruik je halsberg

Met lidwoordde halsberg
Dit of dezedeze halsberg
Dat of diedie halsberg
Ons of onzeonze halsberg
Jouwjouw halsberg
Elk of elkeelke halsberg
Welk of welkewelke halsberg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote halsberg, de grote halsberg
Meervoudde halsbergen, deze halsbergen

Voorbeeldzinnen met halsberg

  • De ridders vochten een zo lange wijl, dat men intussen gaan kon wel een mijl. (…) Geen halsberg was er ooit zo hecht en goed, dat daar doorheen niet drong het rode bloed.
  • Hij droeg een halsberg of wapenrusting van maliën, die, zijne dijen bedekkende, tot op het paard nederhing, en van mouwen voorzien was; zijn schild hing op zijn rug.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).