De of het grootspreekster?

Het juiste lidwoord is:

de grootspreekster

  • Meervoud: de grootspreeksters
  • Verkleinwoord: het grootspreekstertje
Betekenis opschepster, vrouwelijke vorm van grootspreker

Zo gebruik je grootspreekster

Met lidwoordde grootspreekster
Dit of dezedeze grootspreekster
Dat of diedie grootspreekster
Ons of onzeonze grootspreekster
Jouwjouw grootspreekster
Elk of elkeelke grootspreekster
Welk of welkewelke grootspreekster?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote grootspreekster, de grote grootspreekster
Meervoudde grootspreeksters, deze grootspreeksters

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).