De of het grootofficier?

Het juiste lidwoord is:

de grootofficier

  • Meervoud: de grootofficiers / grootofficieren
Betekenis 1. rang in de hofhouding 2. opperste waardigheidsbekleder bij de Vrijmetselaars

Zo gebruik je grootofficier

Met lidwoordde grootofficier
Dit of dezedeze grootofficier
Dat of diedie grootofficier
Ons of onzeonze grootofficier
Jouwjouw grootofficier
Elk of elkeelke grootofficier
Welk of welkewelke grootofficier?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote grootofficier, de grote grootofficier
Meervoudde grootofficiers, deze grootofficiers

Voorbeeldzinnen met grootofficier

  • Als grootofficier des Konings was hij eerst opperschenker 22 Januari 1855; later, 1872, opperjagermeester.
  • In 1804, het jaar waarin Napoleon zichzelf tot keizer kroonde, werd zijn oudere broer Jozef Bonaparte aangesteld als grootmeester van hetzelfde grootoosten …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).