De of het groepreis?

Het juiste lidwoord is:

de groepreis

  • Meervoud: de groepreizen
  • Verkleinwoord: het groepreisje
Betekenis tocht georganiseerd om samen met andere mensen uit andere gezinnen te maken

Zo gebruik je groepreis

Met lidwoordde groepreis
Dit of dezedeze groepreis
Dat of diedie groepreis
Ons of onzeonze groepreis
Jouwjouw groepreis
Elk of elkeelke groepreis
Welk of welkewelke groepreis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote groepreis, de grote groepreis
Meervoudde groepreizen, deze groepreizen

Voorbeeldzinnen met groepreis

  • Met de rest van de familie, moeder en nog een dochter, zijn ze mee met een groepreis van drie weken door Europa.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).