De of het groenteteler?

Het juiste lidwoord is:

de groenteteler

  • Meervoud: de groentetelers
Betekenis (beroep, tuinbouw) iemand die groentes verbouwt

Zo gebruik je groenteteler

Met lidwoordde groenteteler
Dit of dezedeze groenteteler
Dat of diedie groenteteler
Ons of onzeonze groenteteler
Jouwjouw groenteteler
Elk of elkeelke groenteteler
Welk of welkewelke groenteteler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote groenteteler, de grote groenteteler
Meervoudde groentetelers, deze groentetelers

Voorbeeldzinnen met groenteteler

  • Hij is zelf groenteteler in Noord-Brabant en verbonden aan land- en tuinbouworganisatie LTO.
  • Voor de groenteteler is het vooral ook een middag waarop hij zijn enthousiasme en zijn kennis kan overbrengen op de gasten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).