De of het groentehandel?

Het juiste lidwoord is:

de groentehandel

  • Meervoud: de groentehandels
  • Verkleinwoord: het groentehandeltje
Betekenis 1. (economie) bedrijf dat groentes in- en verkoopt 2. alle bedrijven die zich bezighouden met de in- en verkoop van groentes

Zo gebruik je groentehandel

Met lidwoordde groentehandel
Dit of dezedeze groentehandel
Dat of diedie groentehandel
Ons of onzeonze groentehandel
Jouwjouw groentehandel
Elk of elkeelke groentehandel
Welk of welkewelke groentehandel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote groentehandel, de grote groentehandel
Meervoudde groentehandels, deze groentehandels

Voorbeeldzinnen met groentehandel

  • Philip heeft een baan als chauffeur bij een groentehandel en hun leven zet zich na de Duitse inval aanvankelijk ongestoord voort.
  • De Nederlandse groentehandel doet er alles aan om de export en consumptie van Hollandse groenten op peil te houden.

Woorden die beginnen met groentehandel

groentehandelaar

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).