De of het grensoversteek?

Het juiste lidwoord is:

de grensoversteek

  • Meervoud: de grensoversteken
  • Verkleinwoord: het grensoversteekje
Betekenis de keer dat men een landsgrens passeert

Zo gebruik je grensoversteek

Met lidwoordde grensoversteek
Dit of dezedeze grensoversteek
Dat of diedie grensoversteek
Ons of onzeonze grensoversteek
Jouwjouw grensoversteek
Elk of elkeelke grensoversteek
Welk of welkewelke grensoversteek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote grensoversteek, de grote grensoversteek
Meervoudde grensoversteken, deze grensoversteken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).