De of het grensgeschil?

Het juiste lidwoord is:

het grensgeschil

  • Meervoud: de grensgeschillen
  • Verkleinwoord: het grensgeschilletje
Betekenis een conflict over de ligging van de grens tussen twee landen; een conflict rond de grens van twee landen

Zo gebruik je grensgeschil

Met lidwoordhet grensgeschil
Dit of dezedit grensgeschil
Dat of diedat grensgeschil
Ons of onzeons grensgeschil
Jouwjouw grensgeschil
Elk of elkeelk grensgeschil
Welk of welkewelk grensgeschil?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot grensgeschil, het grote grensgeschil
Meervoudde grensgeschillen, deze grensgeschillen

Voorbeeldzinnen met grensgeschil

  • Een klein grensgeschil mondde uit in een groot internationaal incident.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).