De of het grensbewoner?

Het juiste lidwoord is:

de grensbewoner

  • Meervoud: de grensbewoners
Betekenis iemand die in de buurt van een landsgrens woont

Zo gebruik je grensbewoner

Met lidwoordde grensbewoner
Dit of dezedeze grensbewoner
Dat of diedie grensbewoner
Ons of onzeonze grensbewoner
Jouwjouw grensbewoner
Elk of elkeelke grensbewoner
Welk of welkewelke grensbewoner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote grensbewoner, de grote grensbewoner
Meervoudde grensbewoners, deze grensbewoners

Voorbeeldzinnen met grensbewoner

  • Deze grensbewoner wil een ‘grote, mooie muur’, precies zoals Donald Trump die belooft.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).