De of het grensarbeider?

Het juiste lidwoord is:

de grensarbeider

  • Meervoud: de grensarbeiders
  • Verkleinwoord: het grensarbeidertje
Betekenis persoon die in het ene land woont en in het andere land zijn werk heeft

Zo gebruik je grensarbeider

Met lidwoordde grensarbeider
Dit of dezedeze grensarbeider
Dat of diedie grensarbeider
Ons of onzeonze grensarbeider
Jouwjouw grensarbeider
Elk of elkeelke grensarbeider
Welk of welkewelke grensarbeider?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote grensarbeider, de grote grensarbeider
Meervoudde grensarbeiders, deze grensarbeiders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).