De of het grampeer?

Het juiste lidwoord is:

de grampeer

  • Meervoud: de gramperen
  • Verkleinwoord: het grampeertje
Betekenis (familie) de vader van een van je ouders

Zo gebruik je grampeer

Met lidwoordde grampeer
Dit of dezedeze grampeer
Dat of diedie grampeer
Ons of onzeonze grampeer
Jouwjouw grampeer
Elk of elkeelke grampeer
Welk of welkewelke grampeer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote grampeer, de grote grampeer
Meervoudde gramperen, deze gramperen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).