De of het gouwenaar?

Het juiste lidwoord is:

de gouwenaar

  • Meervoud: de gouwenaars
Betekenis 1. een lange witte pijp waaruit men kan roken 2. een soort konijn

Zo gebruik je gouwenaar

Met lidwoordde gouwenaar
Dit of dezedeze gouwenaar
Dat of diedie gouwenaar
Ons of onzeonze gouwenaar
Jouwjouw gouwenaar
Elk of elkeelke gouwenaar
Welk of welkewelke gouwenaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote gouwenaar, de grote gouwenaar
Meervoudde gouwenaars, deze gouwenaars

Voorbeeldzinnen met gouwenaar

  • De boer stopte zijn lange gouwenaar, ze dronken koffie uit een tinnen kan met een kraantje en ook de erfhond Trixa was binnen, voor het oudjaar.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).