De of het goedbloed?

Het juiste lidwoord is:

de goedbloed

  • Meervoud: de goedbloeden
Betekenis 1. een heel aardig iemand 2. (figuurlijk) Joris Goedbloed: een goedmoedige sukkel die te goed voor deze wereld is en makkelijk bedrogen kan worden

Zo gebruik je goedbloed

Met lidwoordde goedbloed
Dit of dezedeze goedbloed
Dat of diedie goedbloed
Ons of onzeonze goedbloed
Jouwjouw goedbloed
Elk of elkeelke goedbloed
Welk of welkewelke goedbloed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote goedbloed, de grote goedbloed
Meervoudde goedbloeden, deze goedbloeden

Voorbeeldzinnen met goedbloed

  • Hij ademde diep in en uit. 'Het moet toeval zijn. Ik kan niet geloven dat er opzet in het spel was.' Nee, natuurlijk kon hij dat niet, die goedbloed. Ze zweeg.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).