De of het glaszetter?

Het juiste lidwoord is:

de glaszetter

  • Meervoud: de glaszetters
Betekenis (bouwkunde, beroep) iemand die glasplaten in raamkozijnen plaatst

Zo gebruik je glaszetter

Met lidwoordde glaszetter
Dit of dezedeze glaszetter
Dat of diedie glaszetter
Ons of onzeonze glaszetter
Jouwjouw glaszetter
Elk of elkeelke glaszetter
Welk of welkewelke glaszetter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote glaszetter, de grote glaszetter
Meervoudde glaszetters, deze glaszetters

Voorbeeldzinnen met glaszetter

  • Ook moet hij de rekening van de glaszetter betalen.
  • Glaszetter Ad van Steyn zei tegen Omroep Brabant dat hij verwacht nog wel even bezig te zijn met de reparaties.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).