De of het gijzelaren?

Het juiste lidwoord is:

de gijzelaren

Betekenis (verouderd) gijzelaars, minder gebruikelijk en verouderd meervoud van gijzelaar

Zo gebruik je gijzelaren

Met lidwoordde gijzelaren
Dit of dezedeze gijzelaren
Dat of diedie gijzelaren
Ons of onzeonze gijzelaren
Jouwjouw gijzelaren
Elk of elkeelke gijzelaren
Welk of welkewelke gijzelaren?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote gijzelaren, de grote gijzelaren

Voorbeeldzinnen met gijzelaren

  • Men werd het spoedig eens over de bedingen van den vrede, en gaf elkander wederkeerig gijzelaren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).