De of het gezinsbudget?

Het juiste lidwoord is:

het gezinsbudget

  • Meervoud: de gezinsbudgetten / gezinsbudgets
  • Verkleinwoord: het gezinsbudgetje
Betekenis (economie) de hoeveelheid geld die een gezin tot zijn beschikking heeft

Zo gebruik je gezinsbudget

Met lidwoordhet gezinsbudget
Dit of dezedit gezinsbudget
Dat of diedat gezinsbudget
Ons of onzeons gezinsbudget
Jouwjouw gezinsbudget
Elk of elkeelk gezinsbudget
Welk of welkewelk gezinsbudget?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot gezinsbudget, het grote gezinsbudget
Meervoudde gezinsbudgetten, deze gezinsbudgetten

Voorbeeldzinnen met gezinsbudget

  • Kinderen moeten niet alle details weten over het gezinsbudget.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).