De of het gezichtskleur?

Het juiste lidwoord is:

de gezichtskleur

  • Meervoud: de gezichtskleuren
  • Verkleinwoord: het gezichtskleurtje
Betekenis de tint van de huid van iemands gelaat

Zo gebruik je gezichtskleur

Met lidwoordde gezichtskleur
Dit of dezedeze gezichtskleur
Dat of diedie gezichtskleur
Ons of onzeonze gezichtskleur
Jouwjouw gezichtskleur
Elk of elkeelke gezichtskleur
Welk of welkewelke gezichtskleur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote gezichtskleur, de grote gezichtskleur
Meervoudde gezichtskleuren, deze gezichtskleuren

Voorbeeldzinnen met gezichtskleur

  • Ook wordt niet langer vermelding gemaakt van de gezichtskleur van Sinterklaas’ compagnon.
  • Alle zwellingen waren verdwenen, maar de littekens van de hechtingen waren hier en daar nog duidelijk te zien en ze had een gezichtskleur die neigde naar groen en geel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).