De of het gerda?

Het juiste lidwoord is:

de gerda

  • Meervoud: de gerda's
Betekenis vrouw van middelbare leeftijd die zich overal mee bemoeit, alles beter weet en overal over klaagt

Zo gebruik je gerda

Met lidwoordde gerda
Dit of dezedeze gerda
Dat of diedie gerda
Ons of onzeonze gerda
Jouwjouw gerda
Elk of elkeelke gerda
Welk of welkewelke gerda?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote gerda, de grote gerda
Meervoudde gerda's, deze gerda's

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).