De of het genenspreekuur?

Het juiste lidwoord is:

het genenspreekuur

  • Meervoud: de genenspreekuren
Betekenis erfelijkheidsspreekuur van een klinisch geneticus voor mensen die samen kinderen willen krijgen

Zo gebruik je genenspreekuur

Met lidwoordhet genenspreekuur
Dit of dezedit genenspreekuur
Dat of diedat genenspreekuur
Ons of onzeons genenspreekuur
Jouwjouw genenspreekuur
Elk of elkeelk genenspreekuur
Welk of welkewelk genenspreekuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot genenspreekuur, het grote genenspreekuur
Meervoudde genenspreekuren, deze genenspreekuren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).