De of het gelegenheidsspits?

Het juiste lidwoord is:

de gelegenheidsspits

  • Meervoud: de gelegenheidsspitsen
  • Verkleinwoord: het gelegenheidsspitsje
Betekenis (sport) iemand die voor één keer in de voorhoede van een team speelt

Zo gebruik je gelegenheidsspits

Met lidwoordde gelegenheidsspits
Dit of dezedeze gelegenheidsspits
Dat of diedie gelegenheidsspits
Ons of onzeonze gelegenheidsspits
Jouwjouw gelegenheidsspits
Elk of elkeelke gelegenheidsspits
Welk of welkewelke gelegenheidsspits?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote gelegenheidsspits, de grote gelegenheidsspits
Meervoudde gelegenheidsspitsen, deze gelegenheidsspitsen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).