De of het gelebek?

Het juiste lidwoord is:

de gelebek

  • Meervoud: de gelebeks / gelebekken
Betekenis (zangvogels) bepaald soortgrijze vinkachtige, Sporophila schistacea, die voorkomt in Suriname

Zo gebruik je gelebek

Met lidwoordde gelebek
Dit of dezedeze gelebek
Dat of diedie gelebek
Ons of onzeonze gelebek
Jouwjouw gelebek
Elk of elkeelke gelebek
Welk of welkewelke gelebek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote gelebek, de grote gelebek
Meervoudde gelebeks, deze gelebeks

Voorbeeldzinnen met gelebek

  • Vaak worden zo rowties of gelebeks gevangen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).