De of het gebarentolk?

Het juiste lidwoord is:

de gebarentolk

  • Meervoud: de gebarentolken
Betekenis (beroep) iemand die de boodschap van een spreker omzet in gebarentaal voor doven en slechthorenden

Zo gebruik je gebarentolk

Met lidwoordde gebarentolk
Dit of dezedeze gebarentolk
Dat of diedie gebarentolk
Ons of onzeonze gebarentolk
Jouwjouw gebarentolk
Elk of elkeelke gebarentolk
Welk of welkewelke gebarentolk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote gebarentolk, de grote gebarentolk
Meervoudde gebarentolken, deze gebarentolken

Voorbeeldzinnen met gebarentolk

  • De gebarentolk werkt sinds 2005 voor de NOS, maar haar deelname aan de persconferenties over de coronacrisis zorgden voor haar doorbraak bij het grote publiek.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).