De of het gasteller?

Het juiste lidwoord is:

de gasteller

  • Meervoud: de gastellers
Betekenis meetinstrument dat bijhoudt hoeveel aardgas een aansluiting verbruikt

Zo gebruik je gasteller

Met lidwoordde gasteller
Dit of dezedeze gasteller
Dat of diedie gasteller
Ons of onzeonze gasteller
Jouwjouw gasteller
Elk of elkeelke gasteller
Welk of welkewelke gasteller?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote gasteller, de grote gasteller
Meervoudde gastellers, deze gastellers

Voorbeeldzinnen met gasteller

  • De keuken en het restaurant mogen echter nog niet betreden worden en de gasteller werd verzegeld.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).