De of het ganzenhoeder?

Het juiste lidwoord is:

de ganzenhoeder

  • Meervoud: de ganzenhoeders
Betekenis (landbouw) iemand die waakt over de grote, stevig gebouwde watervogels van een boerderij

Zo gebruik je ganzenhoeder

Met lidwoordde ganzenhoeder
Dit of dezedeze ganzenhoeder
Dat of diedie ganzenhoeder
Ons of onzeonze ganzenhoeder
Jouwjouw ganzenhoeder
Elk of elkeelke ganzenhoeder
Welk of welkewelke ganzenhoeder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ganzenhoeder, de grote ganzenhoeder
Meervoudde ganzenhoeders, deze ganzenhoeders

Voorbeeldzinnen met ganzenhoeder

  • Thijs de ganzenhoeder is een Hongaars volkssprookje waarin een boerenzoon de inhalige, machtsbeluste graaf en gravin te slim af is.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).