De of het fruitverkoper?

Het juiste lidwoord is:

de fruitverkoper

  • Meervoud: de fruitverkopers
Betekenis (beroep) iemand die (op straat of op de markt) fruit verkoopt

Zo gebruik je fruitverkoper

Met lidwoordde fruitverkoper
Dit of dezedeze fruitverkoper
Dat of diedie fruitverkoper
Ons of onzeonze fruitverkoper
Jouwjouw fruitverkoper
Elk of elkeelke fruitverkoper
Welk of welkewelke fruitverkoper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote fruitverkoper, de grote fruitverkoper
Meervoudde fruitverkopers, deze fruitverkopers

Voorbeeldzinnen met fruitverkoper

  • Er is overigens wel eten in Venezuela, maar dat is zo verschrikkelijk duur dat er maar weinigen zijn die het kunnen betalen, legt een fruitverkoper uit.
  • De wanhoopsdaad van Zorgui doet denken aan de zelfverbranding van een fruitverkoper, deze maand acht jaar geleden. Die daad ontketende de revolutie in Tunesië en omringende Arabische landen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).