De of het fruithandel?

Het juiste lidwoord is:

de fruithandel

  • Meervoud: de fruithandels
Betekenis 1. (bedrijf) winkel of distributiebedrijf dat vruchten verkoopt 2. (bedrijfstak) aan- en verkoop van vruchten

Zo gebruik je fruithandel

Met lidwoordde fruithandel
Dit of dezedeze fruithandel
Dat of diedie fruithandel
Ons of onzeonze fruithandel
Jouwjouw fruithandel
Elk of elkeelke fruithandel
Welk of welkewelke fruithandel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote fruithandel, de grote fruithandel
Meervoudde fruithandels, deze fruithandels

Voorbeeldzinnen met fruithandel

  • Moerer zou een fruithandel hebben gehad, schreef Omroep Brabant eerder.
  • De andere slagerijen zijn daar ook, en de darmenhandels; de kruideniers, de fruithandels, maar het zijn ongetwijfeld de melkzaken die de meest zure, de meest doordringende stank verspreiden.

Woorden die beginnen met fruithandel

fruithandelaar

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).