De of het fruitboer?

Het juiste lidwoord is:

de fruitboer

  • Meervoud: de fruitboeren
  • Verkleinwoord: het fruitboertje
Betekenis 1. (landbouw) persoon die professioneel fruit (zoals appels, peren, kersen, bessen) verbouwt, kweekt en oogst, meestal met als doel de verkoop ervan aan de markt, groothandel of consument 2. (handel) persoon met een fruitwinkel

Zo gebruik je fruitboer

Met lidwoordde fruitboer
Dit of dezedeze fruitboer
Dat of diedie fruitboer
Ons of onzeonze fruitboer
Jouwjouw fruitboer
Elk of elkeelke fruitboer
Welk of welkewelke fruitboer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote fruitboer, de grote fruitboer
Meervoudde fruitboeren, deze fruitboeren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).