De of het frok?

Het juiste lidwoord is:

de frok

  • Meervoud: de frokken
  • Verkleinwoord: het frokje
Betekenis 1. (kleding, historisch) gewaad dat over alle andere kleding wordt gedragen 2. (kleding, historisch) gestreepte of donkere gebreide trui zoals zeelieden die droegen

Zo gebruik je frok

Met lidwoordde frok
Dit of dezedeze frok
Dat of diedie frok
Ons of onzeonze frok
Jouwjouw frok
Elk of elkeelke frok
Welk of welkewelke frok?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote frok, de grote frok
Meervoudde frokken, deze frokken

Voorbeeldzinnen met frok

  • Maar bij de toegang tot de abdij vroeg een bediende in rode frok streng of ik echt voor de dienst kwam, anders mocht je er niet in.
  • De gilde van de voetboog te Oudenaarde had zestien ‘gezworen schutters, die men frokkenaren noemde, om dat zy jaarlyks van de stad een kleed of frok kregen …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).