De of het freezer?

Het juiste lidwoord is:

de freezer

  • Meervoud: de freezers
Betekenis (techniek, voeding) een toestel waarmee men zaken kan invriezen, m.n. op korte termijn bederfelijke etenswaren

Zo gebruik je freezer

Met lidwoordde freezer
Dit of dezedeze freezer
Dat of diedie freezer
Ons of onzeonze freezer
Jouwjouw freezer
Elk of elkeelke freezer
Welk of welkewelke freezer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote freezer, de grote freezer
Meervoudde freezers, deze freezers

Voorbeeldzinnen met freezer

  • De Dalniy Vostok was een 'freezer trawler'.
  • Een 'freezer farm' in Michigan (VS), waar grote hoeveelheden Pfizer-vaccins bij -70 graden Celsius worden bewaard

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).