De of het fietsthema?

Het juiste lidwoord is:

het fietsthema

  • Meervoud: de fietsthemata / fietsthema's
Betekenis onderwerp betreffende het fietsen en de wielersport

Zo gebruik je fietsthema

Met lidwoordhet fietsthema
Dit of dezedit fietsthema
Dat of diedat fietsthema
Ons of onzeons fietsthema
Jouwjouw fietsthema
Elk of elkeelk fietsthema
Welk of welkewelk fietsthema?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot fietsthema, het grote fietsthema
Meervoudde fietsthemata, deze fietsthemata

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).