De of het fietsslachtoffer?

Het juiste lidwoord is:

de fietsslachtoffer

  • Meervoud: de fietsslachtoffers
  • Verkleinwoord: het fietsslachtoffertje
Betekenis (verkeer) fietser die bij een verkeersongeval is betrokken

Zo gebruik je fietsslachtoffer

Met lidwoordde fietsslachtoffer
Dit of dezedeze fietsslachtoffer
Dat of diedie fietsslachtoffer
Ons of onzeonze fietsslachtoffer
Jouwjouw fietsslachtoffer
Elk of elkeelke fietsslachtoffer
Welk of welkewelke fietsslachtoffer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote fietsslachtoffer, de grote fietsslachtoffer
Meervoudde fietsslachtoffers, deze fietsslachtoffers

Voorbeeldzinnen met fietsslachtoffer

  • Van alle fietsslachtoffers vorig jaar had ongeveer de helft (49 procent) een botbreuk.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).