De of het fietsparkeren?

Het juiste lidwoord is:

het fietsparkeren

Betekenis (verkeer) stalling van fietsen in de openbare ruimte

Zo gebruik je fietsparkeren

Met lidwoordhet fietsparkeren
Dit of dezedit fietsparkeren
Dat of diedat fietsparkeren
Ons of onzeons fietsparkeren
Jouwjouw fietsparkeren
Elk of elkeelk fietsparkeren
Welk of welkewelk fietsparkeren?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot fietsparkeren, het grote fietsparkeren

Voorbeeldzinnen met fietsparkeren

  • Ook op de Haarlemmerstraat wordt het fietsparkeren de komende tijd aangepakt.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).