De of het fietsongeval?

Het juiste lidwoord is:

het fietsongeval

  • Meervoud: de fietsongevallen
  • Verkleinwoord: het fietsongevalletje
Betekenis ongeval waar een fietser bij is betrokken

Zo gebruik je fietsongeval

Met lidwoordhet fietsongeval
Dit of dezedit fietsongeval
Dat of diedat fietsongeval
Ons of onzeons fietsongeval
Jouwjouw fietsongeval
Elk of elkeelk fietsongeval
Welk of welkewelk fietsongeval?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot fietsongeval, het grote fietsongeval
Meervoudde fietsongevallen, deze fietsongevallen

Voorbeeldzinnen met fietsongeval

  • Jaarlijks vallen gemiddeld twintig verkeersdoden onder kinderen. De meerderheid overlijdt door een fietsongeval. Het aantal dodelijke ongevallen is in de periode 2006-2010 wel met een derde gedaald.
  • Het aantal ouderen dat zwaar gewond raakt bij een fietsongeval neemt toe.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).