De of het fietsgebruik?

Het juiste lidwoord is:

het fietsgebruik

Betekenis het toepassen van de fiets als vervoersmiddel

Zo gebruik je fietsgebruik

Met lidwoordhet fietsgebruik
Dit of dezedit fietsgebruik
Dat of diedat fietsgebruik
Ons of onzeons fietsgebruik
Jouwjouw fietsgebruik
Elk of elkeelk fietsgebruik
Welk of welkewelk fietsgebruik?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot fietsgebruik, het grote fietsgebruik

Voorbeeldzinnen met fietsgebruik

  • De bond hoopt dat het wielerevenement het fietsgebruik onder de toeschouwers zal stimuleren.
  • "In landen met een helmplicht zie je het fietsgebruik sterk teruglopen, soms met tientallen procenten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).