De of het fietsersbrug?

Het juiste lidwoord is:

de fietsersbrug

  • Meervoud: de fietsersbruggen
Betekenis brug die speciaal gemaakt is voor fietsverkeer

Zo gebruik je fietsersbrug

Met lidwoordde fietsersbrug
Dit of dezedeze fietsersbrug
Dat of diedie fietsersbrug
Ons of onzeonze fietsersbrug
Jouwjouw fietsersbrug
Elk of elkeelke fietsersbrug
Welk of welkewelke fietsersbrug?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote fietsersbrug, de grote fietsersbrug
Meervoudde fietsersbruggen, deze fietsersbruggen

Voorbeeldzinnen met fietsersbrug

  • Het inhijsen van een voetgangers- en fietsersbrug bij station Arnhem is zonder problemen verlopen. De brug hing zeven uur eerder dan gepland op zijn plaats.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).